NL FR
    VZW DAKOTA, Documentatiecentrum van de 15 WING    

Geschiedenis van de 15 Wing: vliegtuigen

Ontstaansperiode

Melsbroek Modernisering van de vloot

Ontstaansperiode

De wieg van de 15 Wing staat in het Verenigd Koninkrijk bij de Royal Air Force (RAF).

Op het einde van WO II bevonden zich in oktober 1944 meer dan 40 Belgische piloten in Crosby-on Eden (Welford), waar zij werden omgeschoold op DC-3 Dakota.

Na hun trainingsperiode werden zij ondergebracht bij het 187 en 525 Squadron in Membury om geleidelijk de Britse bemanningen te vervangen.

Eind 1944 bestond het 525 Squadron uitsluitend uit Belgische bemanningen.


In de loop van april 1946 vestigt het 525 smaldeel zich in Evere; datzelfde jaar strijkt de “Belgian Flight of Metropolitan Communication Squadron” uit Hendon eveneens neer in Evere.

Uit deze beide eenheden ontstaat de 169 Wing met 2 smaldelen:

  • - het 366, uitgerust met vijf DC-3 Dakota's
  • - het 367, uitgerust met negen Avro Anson, zes Airspeed Oxford, vier DeHavilland Dominie en drie Percival Proctor.

In 1947 wordt de TCU (Transport Conversion Unit) opgericht om piloten die van de jacht komen om te scholen tot transportpiloot.

 

Op 1 februari 1948 wordt de 169 Wing omgedoopt tot 15 Vervoers-en Verbindingswing. Het 366 en 367 worden respectievelijk het 20 en 21 Smaldeel. Hun kenteken wordt de beeltenis van een Sioux-indiaan, op blauwe of rode achtergrond. “Tenacity” (standvastigheid) wordt de leuze.

 

DC-3 Dakota Airspeed Oxford

 

Melsbroek

In 1950 verhuist de 15 Wing van Evere naar Melsbroek waar de door de Duitsers tijdens de bezetting opgerichte gebouwen en landingsbanen zich lenen tot de uitbouw van een modern vliegveld, aangepast aan de noden van de toenemende vliegoperaties. . De kazerne Groenveld wordt eveneens in gebruik genomen. De infrastructuur in Evere was ontoereikend geworden, niet in het minst door het gebrek aan een verharde landingsbaan. Dat jaar worden ook twee DC-4 aangekocht om ingezet te worden op de verbindingen met de kolonie. Ze werden afgevoerd in 1971.

 

Op 24 september 1952 landen de eerste C-119 Fairchild Packet (flying boxcar) in Melsbroek. Het zijn de eerste van de in totaal 46 toestellen die in gebruik genomen worden voor het tactisch luchttransport van het 20 Smaldeel. Hiervoor wordt nog een derde smaldeel, het 40ste, opgericht, dat reeds in 1955 terug wordt ontbonden maar weer geïnstalleerd tussen 1960 en 1972. De overblijvende DC-3 Dakota worden ondergebracht in het 21 Smaldeel. Zij zullen nog tot in 1976 in Melsbroek blijven.

 

Als in 1953 de Oxfords en Ansons dienen vervangen te worden ontvangt het 21 Smaldeel 12 Percival Pembroke toestellen als verbindingsvliegtuigen.

Deze toestellen (speciaal met glazen neus) zullen ook worden ingezet voor luchtfotografie en kalibratie, naast het vervoer van lichte vracht.

Ondertussen was gebleken dat de DC-4 onvoldoende waren uitgerust voor de taak waarvoor ze waren aangekocht, nl. de verbindingen met Afrika.

Zodoende werden er in 1958 twee DC-6 van de USAF overgenomen, in 1960 nog eens twee van SABENA.

 

De Flying Boxcars worden tussen 1971 en 1973 buiten dienst gesteld en afgevoerd naar het vliegtuigenpark van Koksijde. Ook de loopbaan van de DC-3 in de 15 Wing loopt ten einde, de laatste wordt naar Koksijde overgevlogen in 1976. Ook de Pembrokes en de DC-6 verdwijnen datzelfde jaar.

 

C-119 Fairchild Packet (Flying Boxcar) DC-6
Batavia Melsbroek  

 

Naar boven

Modernisering van de vloot

Ondertussen, vanaf 1972, werd het 20 Smaldeel uitgerust met 12 C-130H. Alle toestellen zouden geleverd zijn op het einde van 1973. Het is nog steeds het trouwe werkpaard van de Luchtmacht. De vervanging dringt zich echter stilaan op en is in zicht met de A-400M (7 toestellen) die tegen het einde van dit decennium zullen geleverd worden.

 

Ook het 21 Smaldeel werd vernieuwd vanaf 1973, met twee Falcon 20 toestellen, in 1976 worden zes Swearingen Merlin in dienst genomen en worden twee Boeings B-727 overgenomen van SABENA.
De inventaris van het 21 smaldeel wordt volgemaakt door drie Hs-748 Hawker Siddeley.
In de jaren 90 wordt een Falcon-900 toegevoegd aan de inventaris.

 

In 1997 worden de twee B-727 vervangen door twee Airbus A-310. In 2001 worden alle schroefvliegtuigen van het 21 smaldeel vervangen door 4 Embraer toestellen. De Falcon-20 worden gemoderniseerd. Tenslotte worden de twee A-310 in 2008 vervangen door één A-330 (in leasing), die op zijn beurt ondertussen afgelost werd door een Airbus A-321, eveneens in leasing.

 

Airbus A-321 Airbus Military: A-400M

 

Naar boven